Eerlijk gezegd – en misschien tot mijn schande – kende ik tot voor kort uit Die Schöpfung weinig meer dan het vermaarde koorwerk Die Himmel erzählen die Ehre Gottes en het duet van Adam en Eva. Zoetjesaan was het dus wel hoog tijd geworden om het gehele magnum opus van Joseph Haydn eens te beluisteren. Gelukkig bood de Voorburgse Oratoriumvereniging VOV mij daartoe in de voorlaatste maand van 2016 een kans voor open doel. En zo bevond ik mij op een vrijdagavond in november in de afgeladen Koningkerk te Voorburg, waar het scheppingsoratorium uit de nadagen van de achttiende eeuw integraal ten gehore zou worden gebracht.

Hoofdrolspelers waren de ervaren solisten Heleen Koele (sopraan), André Post (tenor) en Frans Fiselier (bariton), maar zij hadden het zeventig jaar jonge VOV onder geestdriftige aanvoering van Rob Kaptein uiteraard hard nodig, evenals de gedegen begeleiding door het Holland Symfonie Orkest en de door Astrid de Koning bespeelde klavecimbel. Alleen in deze symbiose zou het uit te voeren werk volledig tot z’n recht kunnen komen. En dat deed het dan ook, ondanks de wat te droge akoestiek en het soms net iets te dominante orkest.

Joseph Haydn

Die Schöpfung komt aarzelend en lichtelijk disharmonisch op gang, iets wat Haydn met opzet heeft bewerkstelligd om daarmee te benadrukken dat er in het heelal aanvankelijk louter chaos heerste. Pas na de door het koor geproduceerde 'oerknal' (Und es ward Licht!) verandert de chaos geleidelijk in ordening.

Bekend is dat Haydn een groot bewonderaar was van Händel, die overleed toen Joseph nog maar aan het begin van zijn carrière stond. Tijdens een bezoek aan Londen in 1791 zag en hoorde Haydn een aantal werken van Händel uitvoeren en raakte hij naar eigen zeggen zelfs tot tranen toe geroerd bij het aanhoren van The Messiah. Het lag dan ook voor de hand dat bij het componeren van Die Schöpfung zijn grote Duits-Engelse idool voor hem een rijk borrelende inspiratiebron was. En inderdaad, als na ruim een half uur Die Schöpfung goed op gang is gekomen en het koor 'Stimmt an die Saiten, ergreift die Leier' aanheft, denk je onmiddellijk: Ja, dit is Heerlijk Helder Händel! Ook in het vervolg van het oratorium komt die gedachte geregeld op.

Tot de meest opvallende elementen in Die Schöpfung behoren de gedeelten waarin het koor in een beurtzang samen met één of meer solisten het gehoor van de toeschouwers streelt. Bij de - vlekkeloze – uitvoering hiervan probeerde ik me op een bepaald moment een voorstelling te maken van de vele oefenavonden van het koor waarin de betreffende passages zonder de aanwezigheid van de solisten moesten worden ingestudeerd. Een knappe prestatie, zowel van koor als dirigent.

Het langdurige applaus na het uitbundige maar ietwat abrupt eindigende slotlied – overigens ook met duidelijk Händel-DNA – was voor alle zangers en spelers dik verdiend. En de auteur van deze regels kan op zijn 'bucketlist' eindelijk een vinkje zetten achter Die Schöpfung. Voor honderd procent ervaren.

Dirk van Batenburg